Drama

Om de dramalessen goed aan te kunnen bieden aan basisschoolleerlingen, zodat ze betekenis kunnen hebben. Maak ik bij het voorbereiden van mijn lessen gebruik van het MVB-model. Centraal staat in dit model de creativiteit. De rest van het model is als volgt uit te leggen:

Materie: de materie die hier bedoeld en gebruikt wordt is het lichaam van de speler zelf. Daarbij wordt gebruik gemaakt van mimiek, gebaar, houding en stem. Daarmee wordt uitdrukking gebracht aan de 5 w's. 

Vorm: dit betreft de basisbegrippen die van belang zijn voor de vorm waarmee betekenis aan het spel wordt overgebracht. Dit zijn dingen zoals speltechnieken en speelstijlen.

Betekenis: De betekenis is de persoonlijk verbinden die de speler met zijn spelinhoud heeft.

De drie bovengenoemde onderdelen ondersteunen elkaar en kunnen elkaar versterken.

Het proces dat hierbij hoort is afgebeeld in de cirkel om de centrale cirkel heen.

De volgende ring bestaat uit de volgende componenten:

In de buitenste ring staan kernbegrippen die in de middelste ring staan uitgewerkt. Dus de basisbegrippen.

Dramalessen

De lessen die ik de leerlingen voor drama heb gegeven heb ik gegeven met de eindmusical in het achterhoofd. Het algemene doel voor alle lessen is dat ze oefenen om wat vrijer op het podium te bewegen en dat ze de kans krijgen om te experimenteren met hun eigen kunnen en daardoor kunnen ontwikkelen. Al mijn lessen beginnen met een kleine oefening ter voorbereiding op de werkelijke les. Een aantal momenten waarop we bezig zijn geweest met het oefenen voor de musical, waaronder ook het vak drama, zijn spontane oefenmomenten geweest waardoor er niet een werkelijk lesformulier voor die les is maar wel de feedback van de leerkracht. 

Tijdens de eerste lessen was het vooral de bedoeling een veilige omgeving voor de leerlingen te creëren om zich te kunnen uiten zonder be-/veroordeeld te worden. Ik heb de leerlingen ook uitgelegd dat tijdens deze lessen er wel gelachen mocht worden maar uitlachen of iemand belachelijk maken over het uitvoeren van de opdrachten niet getolereerd wordt. 

De eerste les 

Tijdens de introductie van de les voor het opwarmen heb ik met de leerlingen een spel gedaan waarbij er een denkbeeldig voorwerp doorgegeven wordt en bij het doorgeven van dit voorwerp verandert het. 

Het doel van mijn eerste les was dat de leerlingen aan de hand van uitbeelden een karakter van een bekend sprookje of film konden uitbeelden, de andere teamleden moesten raden om welk karakter of welke film het ging. 

De klas was in twee groepen verdeeld en om de beurt kwam één van de teamleden van een groep naar voren en kreeg een briefje met daarop de naam van een sprookje of een film. Daarna moest degene dit uitbeelden naar de rest van hun groep zonder woorden te gebruiken, de andere teamleden moesten proberen te raden om welk sprookje of welke film het ging. Naar aanleiding van de feedback zou ik om leerling T wat beter op zijn gemak te laten voelen het samen met hem kunnen doen of een andere leerling vragen om hem te helpen.

 

 

Feedback: 

Dit vonden de leerlingen een leuke manier om te verwerken. Misschien had het sneller gekund als de groepen net wat kleiner waren geweest. Maar ja dat lukt soms niet.  

Wat kun je nog aanpassen dat leerling T zich wat beter op zijn gemak gaat voelen? 

 

 

De tweede les 

Ik heb samen met de leerlingen gekeken naar karaktereigenschappen en hoe je stereotypen kunt gebruiken voor je eigen karakter bij de musical. 

Voor het opwarmen voor de les hebben we onderstaande oefening gedaan. 

Spiegelen (concentratie) 

De leerlingen maken tweetallen en elk tweetal gaat tegenover elkaar staan. Eén van het tweetal is nummer 1, de ander is nummer 2. Als eerste zijn alle nummers 1 de spiegel. De nummers 2 staan dus tegenover de spiegel. De nummers 2 maken hele langzame bewegingen. Bijvoorbeeld: een arm omhoog, hoofd naar beneden, been naar achteren, enz. Alle bewegingen worden heel langzaam gemaakt. Zo langzaam dat de nummers 1 (de spiegels) de beweging na kunnen doen. Het is de bedoeling dat ze bijna tegelijk bewegen. Na een paar minuten worden de rollen omgedraaid. 

Aandachtspunten: 

Langzaam bewegen zorgt voor het beste resultaat en levert de meeste concentratie op. 

Soms willen de leerlingen een rondje draaien, wanneer ze voor de spiegel staan. Dit is niet zo handig, omdat de spiegel dan even niet kan zien, wat degene tegenover hem doet. 

 

Aan het begin van de les heb ik de leerlingen een stukje uit de musical de gelaarsde poes laten zien, na het kijken hebben we een gesprek gehad over wat ze gezien hebben. Het doel van deze oefening is dat de leerlingen zien dat aan de hand van je bewegingen en de manier hoe je spreekt/zingt je een karakter kunt maken zonder volledig verkleed te gaan. Daarna zijn ze aan de slag gegaan met het ontwikkelen van hun eigen karakter voor de musical. Vooral kijkend naar de bewegingen, uitspraken en of er eventueel stereotype gedrag gebruikt kon worden. 

   

Feedback: 

Een leuk stukje heb je uitgezocht om te laten zien. Goed dat je alles laat benoemen wat ze gezien hebben. Voor veel kinderen was dit voldoende maar een aantal vonden het toch lastig om dit om te zetten naar hun eigen rol. Fijn dat je dit oppakt en kinderen kleine tips geeft om het toch verder zelf op te kunnen pakken. 

 

 

Vervolg lessen 

De vervolglessen stonden vooral in het teken van de musical, bij het starten van de lessen/oefenen een kleine energizer gedaan om op te warmen. Waaronder bijvoorbeeld: museumdirecteur waarbij de leerlingen beroepen moesten uitbeelden. Daarna oefenen voor de musical, eerst het leren van de tekst en de scènes stuk voor stuk spelen/oefenen. Om vervolgens hierop te reflecteren en eventueel aan te passen als het nodig was. Ik vond het belangrijk om ook gebruik te maken van de feedback van de andere leerlingen omdat ze op deze manier verantwoording voor het proces nemen. Dit is nog iets wat we nog niet afgerond hebben.

 

 

Dans 

Ik heb met de leerlingen ook een dansles gedaan. Tijdens deze les zijn we bezig geweest met bewegingen en de opvolging van bewegingen om op deze manier een dans te maken. 

Aan het begin van de les stond ik samen met de leerlingen in een kring, de leerlingen kregen de opdracht om een beweging te bedenken die ze dagelijks deden. Hierna beelden ze deze beweging om de beurt uit. Vervolgens deden we het rondje nog eens maar dan moesten ze het tempo van de beweging aanpassen, of sneller of langzamer. Tijdens de derde ronde kregen de leerlingen de opdracht om de beweging uit te voeren op een andere manier of met andere ledematen, maar de basis van de beweging moest wel zichtbaar blijven. Tenslotte heb ik de leerlingen verdeeld in groepjes van vier en kregen ze de tijd om de losse bewegingen die ze hadden te combineren tot een kleine dans. 

Daarna hebben de leerlingen ook wel aan dans/bewegen gedaan maar dan meer in het bedenken/aanleren van bewegingen tijdens het zingen van de musicalliedjes.  

 

Feedback: 

 Instructie was duidelijk en met goede voorbeelden snel duidelijk te maken voor de kinderen. Geef duidelijk grenzen aan bij gedrag wat afwijkt van het afgesprokene. De klas ging meteen mee en begreep de bedoeling goed. Ook het uitwerken in groepjes ging vlot en serieus